Er
wordt op de wereld meer thee gedronken dan enige drank en achter dit alledaagse
drankje, voorbij de blikken op de planken van onze theewinkel, gaat een
fascinerend verhaal schuil, dat nauw verweven is met de sociale en culturele
geschiedenissen van verschillende landen.
Volgens
de Chinese volksoverlevering begint dit verhaal met de ontdekking van de
heilzame eigenschappen van thee door keizer Shen Nung, een geleerde en
kruidkundige, die met het oog op hygiëne enkel gekookt water dronk.
Op
een dag in het jaar 2737 v. chr. toen Shen Nung onder een wilde theestruik zat,
woei er een lichte bries door de takken, waardoor enkele bladeren in het water
terecht kwam dat hij aan het koken was. Hij vond het
brouwsel heerlijk verfrissend en versterkend en zo werd de thee
“ontdekt”.
Het
is niet zeker of dit verhaal klopt, maar de geleerden zijn het erover eens dat
thee in China al lang geleden populair was. Er werd pas schriftelijk naar het
blaadje verwezen in de derde eeuw voor Chr., toen een beroemde Chinese arts het
voorschreef om concentratie en waakzaamheid te vergroten.
Ook
is Japan een van de landen waar al een hele lange theetraditie bestaat. Met name
de aldaar verblijvende boeddhistisch monniken zijn al heel wat jaren bekend met
de thee. De Japanse geschiedenisboeken doen melding van een keizer Shomu, die in
729 in zijn paleis thee serveerde aan honderden boeddhistische monniken.
De
Japanners beschouwen de theeceremonie nog steeds als een belangrijk moment van
de dag en is een mengeling van vier principes: harmonie (met anderen en de
natuur), respect (voor anderen), zuiverheid (van hart en geest) en rust.
Het
is niet duidelijk of het de Nederlanders of de Portugezen waren die in het begin
van de zeventiende eeuw als eerste thee naar Europa brachten, want beide landen
dreven in die tijd handel met Azië, de Portugezen vanuit Macau op het Chinese
vasteland en de Nederlanders vanaf Java.
Rond
1610 verscheepten de Nederlanders vanaf Java voornamelijk Japanse thee.
De
populariteit van de thee groeide onder de gehele Nederlandse bevolking en de
Nederlandse handelaren exporteerden voorraden naar Italië, Frankrijk, Duitsland
en Portugal.
Ook
Engeland ontdekt de thee. Rond 1658 wordt voor het eerst melding hiervan
gemaakt.
In
de loop van de achttiende eeuw werd thee de populairste drank van Engeland. Ook
de stijlvolle afternoon tea en de high tea worden bekende begrippen.
Met
het vertrek van grote groepen Europese kolonisten kwam ook de thee naar
Noord-Amerika. New York (dat aanvankelijk nog Nieuw-Amsterdam heette) was een
toevluchtsoord voor de theedrinker met dezelfde tradities, etiquette en
hetzelfde favoriete theegerei in Engeland, Nederland en Rusland.